Door het donker heen

De grootste indruk maakte niet de vreselijke beelden van de ontzielde lichamen die door een soort sneeuwschuiver een grote kuil in werden geschoven. Ook niet de bruine transportwagon waar ik doorheen liep, waarin zo veel mensen naar hun laatste bestemming zijn gebracht. Of de bossen haar die, nadat ze waren afgeschoren, werden doorverkocht om er producten van te maken.

 

Nee, de meeste indruk maakte het verhaal van een zeventigjarige vrouw, die vertelde hoe in het kamp haar moeder, nadat de vrouw zelf haar kleine karige portie op had, haar eigen eten toeschoof en zei dat ze geen trek had. Ik kon mijn tranen niet meer bedwingen.

 

Hoe kun je je kinderen beschermen tegen de ontzagwekkende dreiging van dood? Al die gezichten van moeders en vaders, met de donkere, angstige maar soms ook doffe blik in hun ogen, niet wetende van de omvang van gruwelijkheid die hen te wachten stond, maar met slechts een vermoeden van de dreiging die van alles uitging.

 

Buiten schijnt de zon, maar in het Holocaust museum hangt het verdriet loodzwaar tussen de foto’s, verzamelde voorwerpen en achtergelaten schoenen. Het is stil. Een eerbiedige en machteloze stilte.

 

Ik denk aan degenen die levend uit de kampen zijn gekomen. De zwaarte van wat ik zie vind ik nu al bijna ondraaglijk. Hoe kun je ook maar iets van betekenis vinden in wat er gebeurd is? Hoe pak je jezelf bij elkaar?

 

In de Trouw (vrijdag 3 mei 2019) lees ik het verhaal van ‘de ballerina van Auschwitz.’ Edith Eva Eger ging in 1990 terug naar de plek waar zij als jong meisje moest dansen voor Mengele en haar moeder en vader heeft verloren. Ze deed een ontzagwekkende herontdekking.

 

“Terug in Auschwitz. Magda, mijn moeder en ik. Mijn vader is al afgevoerd. Heb ik nog naar hem gezwaaid? Ik zie een man, die ik later zou leren kennen als Joseph Mengele, voor me staan. Heldere ogen, een spleetje tussen zijn tanden. Hij wijst naar mama en vraagt: ‘Is dit je moeder of je zus?’ ‘Mijn moeder’, zeg ik en ze wordt meteen van ons gescheiden, naar de rij geduwd die klaar staat om te worden vergast. Ik had moeten zeggen dat ze mijn oudere zus was. Zou ze dan…? Met die twijfel heb ik jarenlang rondgelopen. Pas toen ik weer op diezelfde plek stond, terug was in de tijd, kon ik inzien dat ik mezelf met die gedachte had willen straffen. En dat ik haar helemaal niet had kúnnen redden. Ik ben niet schuldig. Ik ben vrij.”

 

Als je in staat bent om het donker in te gaan, zul je mogelijkheden ontdekken die je nog nooit eerder hebt benut, citeert ze Jung.

 

Ik denk ook aan mijn vader die onlangs is overleden. Als kind van een burgemeester die niet wilde meewerken met de Duitsers, moest hij onderduiken. Het heeft hem voor het leven getekend. Dat kleine bange jongetje, heeft nooit een veilige plek kunnen vinden in zijn verdere leven. Het is hem nooit goed gelukt om door dat donker heen te gaan.

 

Edith Eva Eger gaf haar dochter een briefje: ‘I want to die happy’.

 

Vrolijk doodgaan, dankbaar en tevreden sterven. Dat is wat de 91-jarige Edith wil. Zij getuigt voor mij van een bovenmenselijke, onvoorstelbare kracht. Het is dus mogelijk. Betekenis vinden. Door het donker heen.

 

 

 

 

Advertenties

‘Unplanned’

De openingsscene grijpt me meteen naar de keel. Een embryo met kloppend hartje en zwaaiend met armpjes en beentjes wordt door een arts uit de baarmoeder van een snikkende adolescent gezogen. ‘Beam me up, Scotty’, zegt de arts. De 13-weken oude embryo lijkt even tegen te stribbelen, maar verdwijnt toch via de slang in een plastic bak naast het bed, terwijl de jonge vrouw roept dat het zo’n pijn doet. Er is veel bloed en een zuster die zegt: ‘Je wilt dat het gebeurt, toch?’ De hoofdpersoon die de echo maakte, rent kokhalzend van de operatiekamer naar een toilet waar ze totaal overstuur huilend op de grond zakt. De toon is gezet.

 

Ik zit met een vriendin op een doordeweekse middag bij de bioscoopfilm ‘Unplanned’. We zijn de enigen. De rest zit vermoedelijk van het mooie weer te genieten. Misschien had ik dat ook moeten doen. ‘Unplanned’ is gebaseerd op een ‘true story’, het echt gebeurde verhaal van Abby Johnson. Abby heeft zich als een jonge vrouw van vrijwilliger tot medisch directeur opgewerkt bij Planned Parenthood, een soort Rutgersstichting hier in Amerika. Maar na de ervaring in de openingsscene, neemt ze een rigoreus besluit en stapt over naar de Coalition for Life beweging.

 

‘Unplanned’ is een onsmakelijke, Amerikaanse propagandafilm van de Pro-life beweging in een tijd waarin het zwaarbevochten recht op abortus en zelfbeschikking in allerlei conservatieve staten steeds meer wordt teruggedrongen. Alsof de film de mensen wil oproepen toch vooral op de conservatieve politici te blijven stemmen, omdat ze aan de winnende hand zijn. Ze voelen zich gesteund door de president. Donald Trump, met een grote achterban in de evangelische hoek die zeer tegen abortus is, heeft besloten dat de overheid geen geld meer geeft aan organisaties in de gezondheidszorg die voorstander zijn of uitvoerder van abortus. Ook binnen het hoogste gerechtshof van Amerika, de Supreme Court, heeft met de komst van de nieuwe opperrechter Kavanaugh de anti-abortuslobby een meerderheid gekregen.

 

Er is veel controverse rond de film. Zo beschuldigen de makers ‘Hollywood’ ervan de film opzettelijk een ‘R’-rating te hebben gegeven, de hoogste keuring die een film kan krijgen. Deze keuring houdt in dat kinderen onder de 17 alleen met een ouder de film mogen bekijken. Zo zou de liberale en pro-abortus geachte filmsector deze film willen tegenwerken. Een keuring die overigens in alle andere gevallen wordt toegejuicht door de christelijke en conservatieve organisaties in Amerika. Ook zouden andere media de film boycotten. De trailer werd als te politiek gezien. De actrice die de hoofdrol heeft is alleen uitgenodigd bij Fox News and Friends voor een interview. Zij begrijpt niets van de ophef over de film die in haar ogen juist in balans en hoopvol is.

 

Ik sluit niet uit dat de makers gelijk hebben met hun beschuldigingen richting Hollywood. Maar de blokkade is niet echt geslaagd. De film die 29 maart uitkwam en in 1100 filmzalen draait, heeft in het openingsweekend al meer dan 6 miljoen dollar in het laatje gebracht.

 

Op het internet lees ik reacties die al net zo zwart wit zijn als de film zelf. Je bent voor of tegen. Zoals vrijwel voor alles geldt hier in Amerika. De voorstanders van het recht op abortus beschuldigen de makers van misbruik van beelden. Zo lijkt de 13-weken oude embryo tegen te stribbelen, maar kan volgens de Amerikaanse vereniging voor Gynecologen een foetus nog helemaal geen pijn ervaren tot 24 weken. De vrouwen die de kliniek bezoeken zijn overwegend wit, jong en aantrekkelijk, terwijl uit gegevens van Planned Parenthood blijkt dat slechts 12 procent van de abortussen in de kliniek plaatsvindt bij adolescenten. Op een bepaald moment in de film probeert de hoofdpersoon een twijfelende adolescent te overtuigen vooral niet te lang te wachten met de abortus, omdat het anders duurder wordt. En andere abortus, bij alweer een tiener, die leidt tot een bijna dodelijke bloeding wordt binnenskamers gehouden. De hoofdpersoon mag de ambulance niet bellen, omdat dat dat de demonstraten die buiten staan in de hand zou werken. De film lijkt daarmee sterk aan te sturen op het idee, verbeeld door de uiterst koele directeur van Planned Parenthood, dat het verdienmodel voor de organisatie vooral zit in de abortussen. Zaken als voorlichting en screenings op kanker slechts bedoeld zijn als dekmantel. In werkelijkheid tellen de inkomsten van abortussen voor slechts 4 procent van de omzet van deze organisatie.

 

De voorstanders van de film betogen dat het in het er in het echt zo aan toe gaat. Het is goed dat dit nu eens in beeld wordt gebracht. Voor hen is het gewoon moord van een mensenleven en zijn degenen die het doen crimineel. Bekende mensen als vice-president Mike Pence en Donald Trump Jr. waren er snel bij om de film te promoten via Twitter.

 

Hoewel de film lijkt te kiezen voor de wat in hun aanpak gematigde activisten van de Coalitie voor het Leven, en daarmee al te agressieve acties (‘kon je je benen niet bij elkaar houden?!’) afwijst, komt verdere nuance nauwelijks aan bod. De ethische dilemma’s waar vrouwen voor komen te staan krijgen geen plaats. Wat als je een kindje krijgt, dat zwaar-gehandicapt ter wereld zal komen? Of wat als je verkracht bent en zwanger raakt? Er zijn ook geen beelden van de 96 procent aan andere zaken die Planned Parenthood doet.

 

Als de aftiteling verschijnt, blijf ik met een wrange nasmaak zitten. Zou dit ook in Nederland kunnen? Ik kan me nauwelijks voorstellen dat een dergelijke film een publiek zou vinden in mijn land, zo doorzichtig gericht op een gezichtspunt. Ik kan nog geen aankondiging vinden in ieder geval.

 

Maar bovenal vind ik ‘Unplanned’ een gemiste kans. Een dergelijk ingewikkeld vraagstuk rondom leven en dood, wat zo kwetsbaar en persoonlijk is en wat zo verdrietig en ingrijpend is, is niet gediend met deze film. Hoe oprecht de intenties wellicht ook waren van de makers en hoofdpersonen. Beter zou het zijn te beginnen met eerlijke informatie en een verhaal vanuit meerdere gezichtspunten waarin gedachten en gevoelens kunnen worden gewogen zonder veroordeling. Daarin schiet ‘Unplanned’ tekort en is deze film vooral een echo van de gepolariseerde samenleving waarin ik op dit moment mijn expat-leven leidt.

Moed is het tegenovergestelde van conformeren

Het is maar een kort berichtje. Merel van Vroonhoven bestuursvoorzitter van de Autoriteit Financiële Markten stopt per 1 september om leraar te worden in het speciaal onderwijs. Daar word ik even stil van.

 

Ik vraag me af wat zich de afgelopen weken, maanden of misschien wel jaren in haar hoofd heeft afgespeeld? Wanneer werden de eerste zaadjes gepland? Was het onrust? Ontevredenheid? Of het gevoel buiten het echte leven te staan? Ontstond het na de zoveelste ellenlange vergadering? De zoveelste receptie waar je iedereen met een stralende glimlach een hand schudde?

Wanneer dacht je voor het eerst, wat als?

 

Wat als? Die vraag houdt me bezig terwijl ik in mijn koffie roer. Wat als alles wat ik tot nu toe heb gedaan me is overkomen en wat als ik nu echt zelf zou kiezen. Wat zou ik dan willen doen? Wie zou ik willen zijn? In hoeverre leef ik nu de dromen van dat kleine meisje van vroeger?

 

Moed is niet het tegenovergestelde van angst maar van conformeren las ik laatst in een stuk van Annemarie Le Claire. Zij is door het leven hard stilgezet. De echtscheiding en vervolgens het plotselinge overlijden van haar nieuwe geliefde zette een zoektocht in gang naar wat waar is in het leven. Ik kan me wel met haar identificeren. Na het plotselinge overlijden van mijn vader met wie ik een ingewikkelde band had en het nieuwe leven als werkloze expat vrouw is er ook iets in mij geopend.

 

Conformeren is meegaan met de verwachtingen die er van je zijn. De vraag is wiens verwachtingen? De buitenwereld – of misschien ook wel je eigen verwachtingen? Voor mijn vertrek naar Washington D.C. moest ik mijn zorgvuldig opgebouwde carrière stopzetten. Dat deed best een beetje pijn. Het gekke was dat ik dat zelf lastiger vond dan anderen. De buitenwereld twijfelde niet aan mijn kansen als expat. ‘Jij vindt zo een baan!’ Hoewel dat wat lastig blijkt, heb ik toch geen spijt van mijn keuze. Want het geeft de ruimte voor de vraag: wat als?

 

Het plotselinge overlijden van mijn vader heeft ook iets losgemaakt bij mij. De dood is een harde scheidslijn tussen wat was en nooit meer zal zijn. ‘Had ik maar’ is gewoon te laat. Het moet nu gebeuren en anders misschien wel nooit niet meer.

 

Moed is wat Merel van Vroonhoven laat zien. Tegen de verwachtingen van de buitenwereld in, kiest zij voor zichzelf en haar autistische kind. Op de site van het Financieel Dagblad levert het schaamteloze reacties op van mannen “zo wordt het dus nooit wat met die topvrouwen’. Het is maar net wat je een topvrouw noemt. Ik vind haar een enorm moedige vrouw die doet waar velen alleen maar over dromen. En dat is niet de makkelijkste weg. En  terwijl ik een slok neem van mijn koffie, klinkt Nina Simon via de speaker:

Fish in the sea you know how I feel
River running free you know how I feel
Blossom on the tree you know how I feel

It’s a new day

It’s a new dawn

It’s a new life

For me

and I’m feelin good…

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Baudet’s ‘grab them by the pussy’…

Die ochtend had ik nog het bericht gepost op mijn Facebook: Dutch move up to fifth in UN Happiness Report. Met daarbij de woorden: Je zou je bijna afvragen wat ik hier nog doe… Het land waar ik tijdelijk woon, is inmiddels naar de 19e plaats gezakt, vijf plaatsen omlaag in twee jaar. Het verbaast me niet met zo’n president. Later die dag kijk ik echter met verbijstering naar de exit-polls van verkiezingen in mijn thuisland. Happiness?

 

De kiezer heeft altijd gelijk. Ik zal de eerste zijn om dat te erkennen. Het is een groot democratisch goed om in alle vrijheid je stem uit te kunnen brengen. Dat kunnen we niet genoeg zeggen. Ik ben in landen geweest waar ik mensen sprak die daar hun leven voor geven. En toch…

 

Uit de uitslag spreekt geen happiness. In ieder geval niet voor mij. Mensen zijn ontevreden. Klimaat, immigratie. De zorgen zijn groot.

 

Los van allerlei politieke opvattingen, ben ik verrast door de opkomst voor die ene man. Als de ridder op het witte paard stormt hij de provincies en Eerste Kamer in. Wie is hij? Met een foto, verspreid via Instagram, liggend op de rand van het zwembad, vrijwel naakt, schuwt hij de provocatie niet. Hij preekt het nieuwe evangelie van gesloten grenzen, leugenachtige klimaatrapporten en een superieure cultuur. Met zijn opgeblazen taal klinkt hij als een student die zijn teksten rechtstreeks uit het latijn heeft vertaald (en soms wat stukjes is vergeten). Een verhaal met een Trumpiaanse ondertoon, al klinkt het bij de laatste allemaal wat platter.

 

Een man ook die vindt dat vrouwen in het algemeen ‘minder excelleren in beroepen’, ‘minder ook ambitie hebben’ ‘gewoon meer interesse hebben in familieachtige dingen en zo’. Het is volgens hem ook normaal voor een vrouw om ‘een beetje linksig te zijn’. En: ‘eerst krijgt ze wat linkse praatjes en dan zeg je hoe het echt zit en dan zegt ze, nou ja, ook wel waar’.

 

De elitaire versie van ‘grab them by the pussy’. De derde feministische golf is totaal aan hem voorbij gerold…

 

Maar waar het me eigenlijk om gaat is dat zijn verhaal blijkbaar in vruchtbare aarde valt. Bij mannen en vrouwen. Waarom spreekt hij zoveel gewone mensen aan? Waarom vallen zij voor iemand die dit soort evangelie preekt en vrijuit spreekt over een ‘boreale’ wereld (zoek dat maar eens op…) De verklaringen over hoe het zo ver heeft kunnen komen duikelen over elkaar heen. Hij is het product van de leegte van deze tijd, schreef iemand. De ander zegt, dat het allemaal wel meevalt. Wie weet. Ik weet het even niet meer…

Happiness. Mijn iPhone piept dat de special counselor Mueller net zijn onderzoek heeft afgerond. Ik geloof dat ik toch nog maar even hier blijf…

 

 

 

 

Boosterthon…

De eerste klas komt het veld op rennen. Voorop kinderen met glunderende gezichten en een groot spandoek met hun slogan erop. Ze rennen door een opgeblazen tunnel terwijl de speaker hen aankondigt. Het groene veld waar doorgaans baseball-wedstrijdjes worden gespeeld of de honden – heel vroeg – worden uitgelaten, is veranderd in een soort geïmproviseerde atletiekbaan. Met rode pionnen, kraampjes met grote watertanks en bekertjes. En veel juichende moeders…

 

Mijn zoon verzamelt zich met zijn vriendjes rond het podium. Want hier kan bijna geen activiteit plaatsvinden zonder het volkslied. Een meisje, wiens moeder in het leger zit, klimt het podium op met de Amerikaanse vlag en iedereen zingt vervolgens uit volle borst mee. Ook mijn kinderen inmiddels. Sybrand Buma zou het geweldig vinden.

 

Een half uur later en veel rondjes hardlopen verder hebben de kinderen een bedrag van maar liefst zo’n 30.000 dollar opgehaald. Amerikanen weten wat vrijgevigheid is. De kinderen werden al de hele week gestimuleerd om zo veel mogelijk geld binnen te halen met inzet op het aantal rondjes dat ze zouden rennen. Dat gebeurde door allerlei individuele en klassikale prijzen te zetten op de grootste opbrengst van de dag, lekker competitief. Dansen in de lunchruimte met de directeur bijvoorbeeld. Het geld is bestemd voor nieuwe laptops en een klein deel gaat naar een school die het geld misschien wel harder nodig heeft.

 

Dit is slechts een van de acties waar de ouderraad van de school, de PTA, ons mee bestookt. Afgelopen zaterdag konden we gaan eten in het Pancake House en volgende week pizza’s bestellen bij Ledo Pizza. De ondernemers storten dan een percentage van de omzet terug naar de school.

De grootste jaarlijkse actie is de Auction, de Veiling. Daarvoor worden ouders geacht een ticket te kopen om aan een tafel te mogen zitten. Tijdens de bijeenkomst kunnen ze dan bieden op een lunch met het schoolhoofd of een tripje naar een lokale ondernemer. Ook dit geld is gaat in de onderwijspot.

Onlangs was ik bij een bijeenkomst van de ouderraad. Er werd gesproken over onderwijskwaliteit. Het grootste deel van de agenda ging echter op aan geldwervingsacties. Ik krijg daar toch een beetje een knoop van in mijn maag. Maar misschien is het ook wel een teken dat het met de rest van het schoolbeleid wel snor zit. Vooralsnog houd ik me maar vast aan het laatste…

 

Ohmmm…

Haar stem is zacht, maar beslist. Ze zit rechtop en kijkt met open blik rustig de zaal rond. In de zaal kijken millenials en babyboomers zittend op kussens en stoelen terug. Dit is immers Washington D.C. Het wordt stil in de zaal. Zo’n 300 mannen en vrouwen sluiten hun ogen. Nog wat geschuifel tot ook dat ophoudt. Meditatie. Daarvoor kwam ik. Om de hoek bij Tara Brach.

 

Het expat leven betekent voor mij eindeloze mogelijkheden om mijn dagen in te vullen. En juist die onbegrensde oceaan maakt me ook onrustig. Voorheen werd mijn agenda gedomineerd door vergaderingen, bezoeken, afspraken, sport en niet op de laatste plaats de kinderen met vragen en behoeften. Het was makkelijk me te laten drijven op die stroom. Ok, soms voelde het ook alsof ik bijna verzoop, maar ik hoefde nooit over een daginvulling na te denken. Daar zorgden anderen wel voor.

 

Hier zijn de kinderen er nog steeds met hun vragen en behoeftes, voor mijn gevoel meer dan ooit, maar dat zal wel te maken hebben met het feit dat ik er nu 24/7 ben. Maar mijn agenda is leeg. In tegenstelling tot mijn hoofd.

 

Laatst zei iemand tegen mij: als je niet werkt, heb je nooit (echt) vrij. Dat bleef hangen. Als een dag bestaat uit eindeloze mogelijkheden, hoe kies je dan? Ik vind het lastig. Ik wil alles uit deze jaren halen en realiseer me met regelmatig wat voor enorm voorrecht het is. En dat legt de lat hoog. Ik voel me soms een gevangene van alle kansen die er zijn. En kansen moeten verzilverd worden en ik heb niet alle tijd…

 

Mediteren staat al jaren hoog op mijn lijstje. In potentie dan. Mensen die me kennen weten hoe druk mijn hoofd en ik, soms kunnen zijn. Wat zou het heerlijk zijn daar even stilte in aan te brengen. Daarom heb ik al verschillende niet-altijd-geslaagde-pogingen ondernomen om stil te zitten met een meditatie app onder handbereik. Ik heb zelfs een speciaal kussentje gekocht. En daar zit ik nu op. Ik was te laat voor de beginnersklas, die als inleiding op deze les bedoeld was. Maar de vrouw zegt dat dat niet erg is. Ze ziet mijn kussentje. Ik mag gelijk door naar het echte werk.

 

De vrouw vraagt ons de handen voor onze borst op elkaar te leggen. En meteen zwelt om mij heen een geluid aan. Ohmmm. Mijn hoofd vindt er meteen van alles van. Maar daar kwam ik niet voor. Een lege agenda. En een leeg hoofd. O ja. Ohmmmm….

Loser…

‘Zijn jullie al bij colleges wezen kijken?’, klinkt het vanaf het einde van de tafel. Ik verslik me in mijn koffie. Ik ben aan de brunch met moeders met hetzelfde lot. Een weekend lang als chaperonne fungeren voor onze dochters die meedoen aan een nationaal hockeytoernooi. Field hockey wel te verstaan. Hockey is hier namelijk ijshockey, leerde ik toen ik op zoek was naar een nieuwe hockeystick…

 

Colleges. Ik heb de parents night, de voorlichtingsavond voor de highschool waar onze dochter volgend jaar naar toe moet, net achter de rug. En dat leek al ingewikkeld genoeg met alle voorgeschotelde opties. De blonde staart moeder schuin tegenover me, kijkt echter trots de tafel rond. Vorig jaar tijdens de springbreak was ze inderdaad op de heen en terugweg vast wezen kijken bij twee colleges. Onze dochters zijn 13 jaar. Die zitten aan de andere tafel nog gewoon op de iPhone Snapchats te maken.

 

Het is een dingetje. Waar we in Nederland het systeem soms verwensen dat kinderen al zo jong een keuze laat maken, lijken hier eenzelfde soort wetten te gelden. Toegelaten worden tot de keuze voor jouw college vraagt vroeg voorsorteren, doorwrochte essays schrijven, goed scoren bij testen en alvast credits verzamelen om vrijstellingen te kunnen krijgen. Dat scheelt immers weer geld. Bij de hockeyclub van de puber wordt inmiddels al gesproken over de ‘college-track’ die zou moeten leiden naar een beurs voor een college op basis van de hockeyprestatie. En anders dan in Nederland, bepaalt het college voor een deel de kans op een goede baan in de toekomst.

 

Natuurlijk, er is niks mis met een beetje druk zetten op presteren. Een zesjes-mentaliteit brengt je niet ver. Prestatie mag best gevierd worden. Het versimpelde systeem met letters in plaats van cijfers, helpt om mijn puber aan te zetten een straight A leerling te zijn. En dan ben je een honor roll student en kom je – met vele anderen – in de gang te hangen. Dat motiveert. Hoewel ze daar pas achter kwam toen ze zichzelf zag hangen.

 

Maar ik zie ook dat het een flinke druk legt op kinderen. Presteren, uitblinken, ook de American Dream is haalbaar voor jou! De feestjes – thuis gehouden – van high schoolers staan bekend vanwege het exorbitante drankgebruik. Anderhalf jaar geleden is een jongen van de high school in onze buurt ’s nachts in het bos doodgevroren na zo’n feestje.

Een vriendinnetje van mijn jongste lag onlangs achter in onze auto, terug van turnen, te slapen, uitgeput van alle sporten en activiteiten die ze moest uitproberen. Haar moeder verzuchtte later dat ze er nog steeds niet achter was waar haar dochter nu in uitblinkt.

Het is het Amerikaanse maakbaarheidsdenken dat in iedere burger een potentiele miljonair zit. Maar het zijn er helaas maar een paar die naar de Ivy League scholen kunnen, zoals Harvard of Yale. Of die een briljante inval hebben en een disruptief bedrijf opzetten als Facebook of Uber.

 

De andere kant van dit winnaarsdenken is dat je een loser bent als je dus de potentiele miljonair in jezelf niet eruit laat komen. Bij het stoplicht aan het einde van onze wijk staat steevast een afgedankte veteraan ook bij -10 graden te bedelen. Voor hem is de Amerikaanse droom een nachtmerrie geworden. Met ‘verliezers’ kan deze samenleving niet zo veel.

 

Ik ben blij als de coach roept dat we snel naar het complex moeten omdat de wedstrijd zo begint. Het gesprek stopt. Dit toernooi geeft me voorlopig genoeg stress. Want het team van de puber moet natuurlijk wel winnen…

Loser…

“Have you already been visiting colleges?”, someone at the end of the table asks. I chuckle in my coffee. I am at brunch with mothers with the same fate. A weekend as the chaperone for our daughters who participate in a national hockey tournament. Field hockey to understand. Hockey is the name for ice hockey, I learned when I was looking for a new hockey stick …

Colleges. I’d just finished the parents night for the high school that our daughter has to attend next year. And that seemed complicated enough with all the options presented. The blond tail mother diagonally opposite me, however, proudly looked around the table. Last year during the spring break she’d indeed visited on the way back and forth two colleges. Our daughters are 13 years old. They are still at the other table on their iPhone making Snapchats.

Whereas in the Netherlands we sometimes blame the system from asking children to make a choice so young, the same kind of laws seem to apply here. Being admitted to the college of your choice requires early pre-grading, well-written essays writing, good scoring in tests and collecting credits to get exemptions. That saves money again. At the hockey club of the adolescent is already spoken about the ‘college track’ that should lead to a scholarship for a college based on the hockey performance. And unlike in the Netherlands, the college partly determines the chances of a good job in the future.

Of course, there is nothing wrong with putting a little pressure on performance. An average is enough mentality does not take you far. Performance is best celebrated. The simplified system with letters instead of numbers helped to urge my adolescent to be a straight-A pupil. Cause then you are an honor roll student and your name – along with many others – will be in the hallway. That motivates. Although she only found out when she saw herself there.

But I also see that it puts a lot of pressure on children. Perform, excel, the American Dream is also feasible for you! Parties – held at home – from high schoolers are known for their exorbitant drinking. A year and a half ago, a boy from the high school in our neighborhood was frozen to death in the forest at night after such a party.

A friend of my youngest was recently in our car, back from gymnastics, sleeping, exhausted from all the sports and activities she had to try. Her mother later complained that she was still not behind what her daughter is now excelling.

It is the American winner mentality that there is a potential millionaire in every citizen. But unfortunately there are only a few who can attend the Ivy League schools, such as Harvard or Yale. Or who have a brilliant raid and set up a disruptive company like Facebook or Uber.

The other side of this winner’s thinking is that you are a loser if you do not let the potential millionaire in yourself get out of it. At the traffic light at the end of our neighborhood there is always a discarded veteran also begging at -10 degrees. For him, the American dream has become a nightmare. With ‘losers’ this society cannot deal.

I am happy when the coach says that we have to go to the complex quickly because the game starts. Conversation ends. This tournament gives me enough stress for now. Because the team of the adolescent must, of course, win …